Taslabel Eagle

 

Lessen en trainingen

  • Je hebt al ruim een jaar lessen van de pro gehad en coachtrainingen gevolgd.

Techniek

  • Je beheerst de basisbeginselen van alle slagen, en je hebt veel geoefend.

Vaardigheid testen

  • Putten: 3 holes (ca. 5 meter) op putting green in 9 slagen voltooien.
  • Chippen: 5 chipslagen (van totaal 8 slagen) vanaf 15 meter (van het begin van de green) binnen een straal van 10 meter om de hole slaan.
  • Bunker: 2 van de 5 slagen uit de bunker eindigen op de green.
  • Swing: 3 van de 5 slagen zijn recht en minstens 70 meter ver (meisjes 60 meter). 

Gedragsregels
Je beheerst de basisbeginselen van de regels en je kunt de (gedrags)regels toepassen bij de volgende onderwerpen:

  • out of bounds (witte paaltjes).
  • waterhindernissen (rode en gele paaltjes).
  • grond in bewerking (GUR, blauwe paaltjes).
  • de green (o.a. putting lijn, vlag, pitchmarks).
  • Je hebt ‘Hole 1 t/m 6’ gelezen van het boek ‘De belangrijkste golfregels voor de jeugd’. Je kent de antwoorden op de testvragen in het boek.

Vaardigheid in de baan

Je kunt binnen 2 uur en een kwartier op 9 holes minstens 18 stablefordpunten halen:

  • vanaf de lichtblauwe tee, uitgaande van 3 extra slagen per hole,
  • of vanaf de paarse tee, uitgaande van 4 extra slagen per hole.
  • Je telt zelf je slagen en jouw begeleider helpt je daarbij en rekent de punten samen met jou uit. (Lichtblauwe tee: 3 slagen boven Par per hole = 2 punten, 2 slagen boven Par = 1 punt. Als de bal dan nog niet in de hole is: bal oppakken en 0 punten opschrijven. Paarse tee: 4 slagen boven Par per hole = 2 punten, 5 slagen boven Par =1 punt. Als de bal dan nog niet in de hole is: bal oppakken en 0 punten opschrijven.)